Slechtgekozen groen schadelijk voor de luchtkwaliteit?
Het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) publiceerde in september 2011 een nieuw rapport (met nieuwsbericht). Hierin wordt de conclusie getrokken dat groen geen significant verbetereffect heeft in de stad en de situatie zelfs kan verslechteren.
Een aanvulling op dat verhaal is hier op zijn plaats. Zoals ook blijkt uit ons eigen onderzoek is het verbeteren van de luchtkwaliteit door goed geplaatst groen enkel mogelijk, als het met kennis van zaken gebeurt. Dit is echter zeker mogelijk, zoals verschillende case studies bewezen.
De vermelde meet- en berekeningsgegevens van het RIVM worden door ons onderschreven. De eindconclusie is echter te kort door de bocht. In het bericht is ingegaan op de twee werkingsprincipes van luchtgroen: filtering en de beïnvloeding van luchtstromen. Wij hanteren dezelfde conclusies over de effectiviteit van filtering: Het is bewezen dat groen werkt, maar het effect op lokale concentraties van filtering door groen op een lijnbron (zoals een weg) is beperkt.
Het gaat bij de toepassing van luchtgroen om een optimaal evenwicht tussen sturing van lucht door groen en beperking door een toename van de luchtweerstand door groen. In de door RIVM gekozen voorbeelden en berekeningen is onvoldoende aandacht geweest voor die situaties waarbij de belemmering beperkt of afwezig is. In het momenteel lopende Functioneel Groen project wordt verder in beeld gebracht wanneer het positieve effect teniet gedaan wordt door de luchtstroombelemmering.
Niet alle relevante onderzoeken zijn beschikbaar geweest voor het RIVM. De uitgebreide berekeningen van TNO voor de schermwerking langs de A2 ter hoogte van Leidsche Rijn bijvoorbeeld laten voor zover ons bekend een aanzienlijk positief effect zien op de lokale concentraties achter een scherm (ook een obstakel).
Beplanting of een ander obstakel kan de luchtstroom tegenhouden en/of vertragen. Daardoor blijft (simpel gesteld) de lokaal geproduceerde verontreiniging hangen op de plek. Het meest nadelige scenario is een zogenaamde street canyon: de uitwisseling van lucht met de omgeving is niet meer mogelijk. Een street canyon ontstaat als er te weinig open ruimte tussen gebouwen en/of beplanting aanwezig is. Vanaf volgende maand starten de modelmatige onderzoeken voor diverse typen wegprofielen, waarlangs luchtgroen ontworpen is. Wij onderschrijven de mogelijk negatieve effecten. Uit eerder onderzoek is dat effect van groen gebleken. Niet voor niets zit in het CAR-model een bomenfactor.
Met al deze gegevens dient rekening gehouden te worden bij de ontwerpen. Zo is de hoogte-breedteverhouding van beplanting en het wegprofiel relevant. Dat profiel moet voldoende breed zijn om een luchtstroom over de weg naar de hogere luchtlagen tot stand te brengen. Voor het ontwerp kan gezocht worden naar beplantingsstructuren die een zo dicht en zo glad mogelijk oppervlak vormen. Een open en grillige structuur vormt vooral een obstakel voor de luchtstroom, waardoor die kan worden vertraagd of tegengewerkt.
BELW Advies volgt de ontwikkelingen op dit terrein al jaren en stuurde deze conclusies getrokken binnen het FG project ook door naar de bevoegde instantie. Zij beloofden de onderzoeksresultaten in te kijken en het rapport eventueel te herzien.